header1.jpg

Tren─Źianske Teplice heeft bronnen met zwavelwater.

Slowakije (Slowaaks: Slovensko; officieel: Slovenská Republika), is een jonge republiek in Midden-Europa, die zich op 1 januari 1993 losmaakte uit Tsjechoslowakije, dat daardoor ophield te bestaan.

Het land wordt begrensd door Tsjechië in het noorden, Oekraïne in het oosten, Hongarije in het zuiden en Oostenrijk in het zuidwesten.

Het is een overwegend bergachtig land, dat gedurende de twintigste eeuw weliswaar één geheel vormde met het taalkundig en cultureel nauw verwante Tsjechië, maar dat in de eeuwen daarvoor een heel andere ontwikkeling had doorgemaakt.
Slowakije behoorde eeuwenlang tot Hongarije. De emancipatie van het Slowaakse volk kreeg pas laat gestalte.

Tegenwoordig is Slowakije één van de lidstaten van de Europese Unie. De bevolking stemde op 18 mei 2003 in een referendum voor toetreding. Die vond uiteindelijk plaats op 1 mei 2004.

Kerngegevens

oppervlakte: 49.033 km²
inwonertal: 5.387.674 (2005)
bevolkingsdichtheid: 109,9 / km² (2005)
officiële naam: Slowaakse Republiek (Slovenská republika)
munteenheid: Euro
nationale feestdag: 1 september, Dag van de Grondwet 1993
volkslied: Nad Tatrou sa blýska (Onweer boven de Tatra)
tijdzone: GMT +1
landcode (telefoon): 421
landcode (post, verkeer): SK
topleveldomein: .sk

Het Klimaat

Het klimaat heeft een sterk continentaal karakter met warme zomers en koude winters. In de bergen is het over het algemeen koeler. In januari is in Bratislava de gemiddelde temperatuur overdag -3 tot 2°C en in juli 16 tot 26°C. De neerslag varieert sterk. In de beide Tatragebergtes komt neerslag tot 1800 mm voor, in Bratislava gemiddeld 611 mm. De zomermaanden zijn het natst. De droogste periode is van januari tot en met april met een gemiddelde van 39-43 mm regen.

Planten en dieren

Slowakije kent een grote rijkdom aan planten. Ondanks de kleine omvang van het land komen er meer dan 2.400 verschillende plantensoorten voor.

Omdat Slowakije overwegend bergachtig is, zijn er vele uitgestrekte bossen. Daarmee staat het in Europa op de derde plaats, na Finland en Zweden.

In de cultuursteppe overweegt de steppenfauna, met knaagdieren (haas, eekhoorn en veldmuis) en gevogelte (patrijs, fazant, kwartel en de beschermde trapgans). Voor de loofwouden karakteristieke dieren zijn spreeuw, specht, mees, relmuis, wilde kat en wild zwijn.

In de naaldwouden komen korhoen, houtsnip, bruine beer, marter en lynx voor. In de hogere gebergtes, boven de boomgrens, leven de klipgeit, marmot, sneeuwveldmuis en das. De rivieren en meren bevatten talrijke soorten vissen en watervogels.

Klik hier voor meer informatie over de reis